
Wijzigingswet Boek 1 Burgerlijk Wetboek, enz. (herschikking bevoegdheidsverdeling tussen rechtbank en kantonrechter)
Artikel VI
1
Ten aanzien van rechtsgedingen, die bij de inwerkingtreding van deze wet reeds bij de kantonrechter aanhangig zijn en die na de inwerkingtreding van deze wet tot de kennisneming van de rechtbank komen, blijft de kantonrechter bevoegd.
2
Ten aanzien van rechtsgedingen, die bij de inwerkingtreding van deze wet reeds bij de rechtbank aanhangig zijn en die na de inwerkingtreding van deze wet tot de kennisneming van de kantonrechter komen, blijft de rechtbank bevoegd.
3
De eerste volzin van artikel 12, vierde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze volgens deze wet zal komen te luiden, geldt ten aanzien van curatelen, bewinden als bedoeld in titel 19 en mentorschappen als bedoeld in titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in werking zijn getreden, uitsluitend indien de voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bevoegde kantonrechter de in genoemde eerste volzin bedoelde kantonrechter als uitsluitend bevoegde heeft aangewezen. Artikel 268, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.